
INS & OUTS ARBOCATALOGI
“Wij wachten met smart op de bouw, bij veel bedrijfstakken zijn de arbocatalogi al af”, zegt landelijk projectleider Jan Boer. Zijn gesprekspartner Jim Steenkamp legt als secretaris van vijf werkgroepen uit waarom de bouw er langer over doet: “Wij kozen ervoor in één keer op te leveren met álle belangrijke risico’s en subrisico’s”.
“Moeizame processen” zo omschrijft Jim Steenkamp de totstandkoming van Arbocatalogi in de bouw afgelopen tweeënhalf jaar. Dat de metaal als eerste een catalogus lanceerde, betekent echter niet dat deze sector terecht het image kreeg: goed en snel, is Jan Boer het met hem eens: “Die Arbocatalogus is bij lange na niet af. Mede dankzij Arbouw levert de bouw straks wél een complete arbocatalogus af over alle arborisico’s inclusief fysieke belasting, lawaai, gevaarlijke stoffen en trillingen”.

Jim Steenkamp werkt bij Arbouw, het kennis- en service instituut voor veilig en gezond werken waar menig bedrijfstak jaloers op is. Bij de afdeling BTO, bedrijfstakondersteuning doet hij onder meer het secretariaat van een groot aantal overlegorganen tussen werkgevers en werknemers. Zo is hij secretaris van een vijftal werkgroepen Arbocatalogi.
Heeft u dan al wat gezien, ondershands?“Jawel”, glimlacht Jan Boer, “ze vroegen onze mening in een vroeg stadium. “Ik ben blij dat alle arbocatalogi in de bouw met hetzelfde format werken. Het zou hinderlijk zijn als schilders over steigers wat anders vastleggen dan de grote bouwjongens”.

Landelijk projectleider bouwnijverheid bij de arbeidsinspectie Jan Boer toetst met collega’s de Arbocatalogi: voldoen ze aan de doelen in de Arbowet, voor welke functies zijn ze bedoeld en welke partijen zijn betrokken? Eenmaal goedgekeurd komt een Arbocatalogus in een verzamelbeleidsregel: de norm voor handhaving. Na vierendertig jaar bij de Arbeidsinspecties in de gezondheidszorg, metaal, water, gas- en elektriciteitsbedrijven opereert Jan Boer nu ruim tien jaar in de bouw.
Voor preventiemedewerkers komen er straks regionaal workshops. “Bijvoorbeeld om iemand van een metselbedrijf te leren hun eigen arbocatalogusje te maken: de functies metselaar, directeur en kantinejuf zijn er zo uit te halen”.
“Afbouw is in de nazomer al wel aangeboden aan de CAO partijen. Ook de risico’s van beeldschermwerk staan er meteen in”, aldus Jim over de stand van zaken. “De schilders en vastgoed onderhoud zijn al goedgekeurd door CAO partijen, glaszetten is bijna rond. Voor de catalogus voor Bouw en Infra hoop ik half juli op instemming van CAO partijen”.
Binnenkort begint metaalconservering, meubel hout heeft Arbouw om advies gevraagd en er is al een catalogus voor natuursteen, dat formeel net zo min onder ons valt als platte daken dat we op verzoek van de bonden ook ondersteunen. De funderingsbranche is klaar die kunnen Jan en zijn collega’s straks toetsen, we zijn bezig met bestratingen”.
Hoeveel beroepsgroepen zitten erin?
“Wij hebben er bouwnijverheid breed 86, voor de catalogus Bouw & Infra zijn dat 69 beroepsrisicoprofielen, we hebben dezelfde risico’s en oplossingen gebundeld. Als Opperman 1, 2 en 3 hetzelfde werk doen vormen ze vanuit arbeidsomstandigheden bezien 1 profiel. Zo hebben we de zo’n driehonderd beroepen weten te bundelen tot 69 profielen”.
“De werkgroepen denken dat mensen vooral op beroep gaan zoeken, daarnaast is er op de arbocatalogus-site een tweede ingang: risico. Ons streven is dat proces of taak ook een ingang wordt”, vertelt Jim. “Want de grote bouw is anders dan de kleine en schilders verschillen weer van Bouw en Infra. Dankzij de data kan Arbouw risico’s objectiveren met als voordeel dat je niet in politieke onderhandelingen terecht komt: als jij dat risico erbij doet, halen wij dit eraf. Dan zou een werknemer in de ene sector een risico met oplossingen in zijn catalogus hebben en in de andere niet”.
Jan Boer ziet de nieuwe arbocatalogi niet als ultieme oplossing:”er opereren immers ook bedrijfstakken op de bouwplaats zoals metaaljongens waarmee Arbouw geen bemoeienis heeft”.
Moet er op den duur 1 catalogus bouwplaats komen?
Eendrachtig beaamt het duo: “dat zou prachtig zijn”. Jim:”Maar het bestuur van Arbouw koos bewust voor catalogi per CAO en sector omdat schilders en stukadoors en Bouw en Infra er eerst zelf uit wilden komen”
MIDDELEN
Jan:”je moet je houden aan de Arbo-wet regel en besluit. Wie zelf iets ontwikkelt, moet kunnen aantonen dat het even goed is of beter”.
Wat vinden jullie daarvan?
an Boer die regelmatig meemaakt dat mensen met hun producten graag in de arbocatalogus willen, vindt het prima. “Men is trots als iets helemaal voldoet aan de CE markering en veiligheid- en gezondheidscriteria”.
Ook Jim juicht het toe omdat de stand van techniek in beweging blijft: “Elke oplossing is situationeel, nu stimuleer je de creativiteit. Niet elk hulpmiddel komt automatisch in de arbocatalogus. Het moet op de markt verkrijgbaar zijn en geen prototype”.
Achter elke Arbocatalogus zit een hele website met arbovriendelijke hulpmiddelen bij fysieke belasting of om lawaai terug te dringen. “Allemaal zijn ze getoetst op meerdere aspecten waaronder veiligheid. Soms voeren we ze er ook weer af”.
Werkgevers en werknemers moeten de catalogus actueel houden. “Zodra dingen veranderen, verwachten we een vernieuwend voorstel”, vervolgt Jan. “De arbeidsinspectie biedt eens per twee maanden die mogelijkheid”.
Met een steelse blik op zijn buurman meldt Jim dat je nieuwe hulpmiddelen ook kunt aanmelden bij hun toetsingscommissie. “We zijn niet van plan voor elk nieuw hulpmiddel de weg van arbeidsinspectie te bewandelen. Wel zijn we verplicht een nieuw risico erbij of eraf voor te leggen. Ik kan me niet voorstellen dat de AI bemoeienis verlangt als wij voor een bepaalde werkzaamheid een elfde hulpmiddel toevoegen …”
Nu knikt Jan. “Wij richten ons vooral op normen en criteria”.
Waarom niet?’
“Mij is niet helemaal duidelijk” antwoordt Jan, “waarom alleen fysieke belasting een spanningsveld vormt om tot een catalogus voor de bouwplaats te komen. Onze algemene indruk is dat alle betrokkenen ook voor tillen graag normen willen”.
Jim: “Wanneer een werknemer iets niet mag tillen, pakt die zzp’er naast hem het op. Zoiets werkt normvervagend. Maar deze minister ziet zzp’ers als een motor in de maatschappij en verplichtingen strooien zand in die motor. Hij wil met de Arbowet werknemers beschermen en geen kleine ondernemers”.
Elke bedrijfstak moet dezelfde doelen halen schrijft de wet voor, de manier waarop wordt aan de sector overgelaten. Jim:”Alleen voor 1 risico, tillen, ontbreekt een wettelijke norm”.
Overal wordt getild dus kom je het bij alle catalogi tegen?
“Inderdaad, alleen Afbouw wilde daarom vooralsnog niet tekenen”, legt de secretaris van de werkgroepen uit. Jan: “werkt die zzp ‘er als een soort uitzendkracht onder een aannemer dan gelden dezelfde regels weer wel. De meeste zzp’ers zitten in de afbouw dus daar is het probleem groter dan in de bouw”.
Jan wijst erop dat de afspraak in de bouw: niet meer dan 25 kilo handmatig tillen in de beleidsregel staat. Als die per 1 januari wordt afgeschaft, wat dan?”
Als CAO partijen wat lagers in de doelvoorschriften zetten, handhaaft de arbeidsinspectie op de lagere normen. Dan wordt de catalogus die voldoet aan minimale wettelijke normen leidraad voor die bouwplaats”.
Jim:”De arbeidsinspectie gaat toch wel uit van de arbeidshygiënische strategie? Eerst de bron aanpakken? Ik neem aan dat jullie geen catalogi goedkeuren waar alleen maar PBM’s (persoonlijke beschermingsmiddelen) in staan?
“Nee”, zegt Jan “Bron- en collectieve maatregelen gaan altijd voor het gebruik van pbm-en. Eén Arbocatalogus bouwplaats heeft dan ook mijn voorkeur al begrijp ik hoe moeilijk je al die verschillende partijen op 1 lijn krijgt. Maar als een hoofdaannemer voor 20 onderaannemers moet coördineren en regeltjes stellen ook over veiligheid en gezondheid maakt het niets meer uit onder welke CAO iemand valt. Volgens mij moet je met wetgeving en arbocatalogus op den duur die kant uit”.
Mirjam Elias